• Walter Dornstedt

Digidwang en veranderingsmoe


Al is de waarheid nog zo snel, de Tesla achterhaalt haar wel

Een greep uit het nieuws van vandaag, 14 Juni 2019. Lees en luister naar de onderlinge verbanden tussen deze ogenschijnlijk losse berichten. En geniet van het slaapverwekkende slotwoord.

Ouderen, 65 plussers dus naar huidige maatstaven en levensverwachting eigenlijk helemaal nog niet zo oud, blijken uit de echte cijfers niet massaal te digitaliseren, zoals de banken ons willen laten geloven middels de jubelende persberichten dat 99% van hun klantcontacten on-line verloopt. De ouderen hechten aan analoog contact, via papieren accept-giro, met de telefoon of door menselijk contact achter een balie. Banken zien die klant echter niet in levenden lijve, want die is een kostenpost in hun operatie. Dat feit onthult daarmee de beweegreden achter de berichtgeving.

De stem van het Volk, die zich in de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten in grootste mate voor het FVD had uitgesproken, blijkt ongehoord in de definitieve samenstelling van alle provinciebesturen. Ja, er was wel onderhandeld door zittende partijen, maar eigenlijk alleen voor de vorm, omdat de colleges toch liever de nieuwelingen buiten sloten en met de hun bekende kornuiten doorregeerden. ‘ We hebben het echt wel geprobeerd. Maar we lagen toch te ver uit elkaar’ klonk het in de nasleep van de verkiezingen door heel het land. Daar kon zelfs een coryfee als Hans Wiegel niets aan veranderen. FVD blijft in de coulissen, krijgt niet de kans een ander geluid te laten horen, maar dat weerhoudt in Zeeland het oude, nieuwe bestuur er niet van om met veel tamtam haar coalitie-akkoord ‘ Samen verschil maken’ te dopen. Om de meerderheid te borgen moest zij wel Groen Links erin trekken, maar goed, met die partij had zij in de persoonlijke sfeer toch al goed contact. En daarmee hoefde er niets aan de samenwerking, de politieke agenda en de machtsverdeling te veranderen. Verandering is dus vooral voor de bühne, een schijnvertoning onder zeer dubieuze motieven, een mantra van de zittende, heersende en bezittende klasse. Maar waarbij deze verandering vooral als teken van levenslust, vibrerende ondernemingsgeest en gul verantwoordelijkheidsgevoel wordt gepresenteerd, staat zij eigenlijk symbool voor een diepe menselijke vermoeidheid. Moe van verandering, moe van te moeten vernieuwen, on-line te moeten gaan – en daarmee de menselijke maat en het intieme contact te moeten opofferen aan kille algoritmes en berekenende conglomeraten. Of dat nu Shell,Unilever, de Nederlandse Staat of Google is maakt geen bal uit. De heersende grondtoon in dit narratief, want dat is het, is van een verhaal dat rondzingt en doorklinkt in alle heersende publieke en corporate vertogen van vandaag. Ons wordt aangewreven, dat we moeten veranderen, agile zijn, inspelen op opportunities, zodat we onze potentie kunnen verwezenlijken. Waar komt dat toch vandaan? Dat het morgen pas gaat gebeuren maar daarom vandaag offers moeten worden gebracht? Waarom keren de dingen zich toch altijd pas ‘ morgen’ ten goede ? Ik heb het vermoeden dat het ermee te maken heeft dat degene die nu het bezit in handen heeft dat dan ook morgen pas uit handen hoeft te geven. Betaal jij maar meer energie-belasting, voor het toekomstig behoud van de planeet voor onze kinderen, dan kan daarmee vandaag mooi mijn Tesla worden gesubsidieerd. Ik weet, dat is kort door de bocht, maar geen waarheid zo snel of de Tesla achterhaalt haar wel. Met weemoed denk ik eraan terug dat ik, gelegen naast mijn zoon en voor de zoveelste keer dezelfde VHS-casette afspelend, waarvan wij elke scene uit ons hoofd kenden en waarbij hij steevast in slaap viel, wat ook de bedoeling was, op het scherm van de 24” inch buizen-tv een tobberige plus-size kabouter onderuit gezakt weerwoord hoorde bieden aan een andere, bazige en ongeduldige kabouter die het blijkbaar voor het zeggen had. De grote kabouter had de luie kabouter vermanend toegesproken, zoveel was duidelijk want hij was rood aangelopen, omdat hij zijn werkje niet af had. Het lome en lijzig uitgesproken antwoord daarop was steevast: ‘ Klusserdeklus, daar word ik zo moeee van …’ Ik moest mijn lach dan altijd wat onderdrukken, om Daniel niet wakker te maken, de prodigy die inmiddels in een heerlijk onschuldige slaap was weggedommeld, dromend van kabouters in een sprookjesbos waar Vlaams werd gesproken.

51 views0 comments

Recent Posts

See All